Joan Nederlof stelt zich beschikbaar voor de theaterwetenschap
Bij de opening van het Theater Festival is het gebruikelijk om een leuk theaterpersoon te laten speechen met als thema ‘De staat van het theater’ in het betreffende jaar. Dit jaar (2 september 2010) was dat Joan Nederlof, zij vormt samen met Marcel Musters de artistieke leiding van Mugmetdegoudetand. Als je er nou niet geweest bent, maar er wel graag deze week dronken over wilt brallen in de Smoeshaan, volgt hieronder een samenvatting.
Nederlof ent haar verhaal op de vraag: wat is de noodzaak van het theater. Deze vraag blijft volgens haar in deze tijd onbeantwoord. Dat is zonde, en raar, want juist als er wordt bezuinigd zou je je woordje klaar moeten hebben. Ze haalt diverse pogingen aan om mensen naar het eiland van het theater te lokken:
“Nagesprekken, voorgesprekken, interviews, twitteren, flyeren, youtube-pilots, nog meer interviews, pre-interviews voor de interviews van collega’s, face-book communities, chatten, I-phone applicaties, voorstellingen met eten,” hier lacht Eric de Vroedt in zijn eentje gênant hard. “Gratis voorstellingen met eten, gratis voorstellingen met gratis eten,” hier lacht de zaal. “En ga zo maar door…”
In haar ogen is dit mooi, maar ook ruis: de definitie van kunst mag niet gebaseerd zijn op bezoekersaantallen.
Maar hoe kan het theater dan haar noodzaak bewijzen? Hier haalt Nederlof een Poolse dichter aan: Adam Zagajewski. Hij ziet dichters als niet erkende wetgevers van de wereld, wetgevers van de geest. Poëzie moet de basis zijn voor morele beslissingen. Dichters mogen niet ijdel zijn, maar moeten altijd op zoek naar de ernstige waarheid. Dat kun je natuurlijk ook op theatermakers betrekken, maar om theatermakers als wetgevers te zien, daar krijgt Nederlof het benauwd van. Gelukkig heeft Zagajewski een aangenamere definitie van wetgeven, dan Sadam Hussein: tegenwoordig heeft het recht min of meer zijn loop en vergt het slechts klein onderhoud, voor de normale mens is het recht een soort tikkende klok die je niet meer hoort; we merken niet dat er wetten zijn. “Een beetje zoals het zenuwstelsel in ons lichaam, dat ons bewustzijn en inzicht schenkt.” En dat is wat er in het theater op dit moment mist volgens Nederlof: er zijn zat actuele verwijzingen, maar zelden neemt het theater deel in een debat, zelden geeft het inzicht.
In het theater is er geen netmanager, geen baas, of wetgever die censureert, maar van die vrijheid wordt zelden gebruik gemaakt: “We zijn amper in staat de werkelijkheid te herkennen, onder de zelfverzekerde, luidruchtige, lachende sluier van de tijdgeest, die haar bedekt.” Het is die tijdgeest die het theater saboteert: iedereen zoekt naar leukigheid en geruststelling, inkomsten en publieksaantallen. Het theater gaat teveel mee in de snel veranderende stroom van het moderne leven. De wereld is op de loop gegaan met het theater en hoe kan het theater daarin dan wetgever zijn? “Ze lachen hard en roepen dat ‘de’ waarheid en ‘de’ moraal niet bestaat.”
En dan komt Nederlof met de noodzaak van het theater: het moet toegeven dat die waarheid en die moraal inderdaad niet bestaan, maar dat we juist dan op zoek moeten naar wat deugt en wat niet deugt.
Dat is wat Nederlof zal gaan doen, ze ziet het als een experiment voor de theaterwetenschap (dus als je nog geen scriptie onderwerp hebt: 020 6163218). Het zal moeilijk zijn, maar het die zoektocht is op dit moment de belangrijkste taak van het theater.
De integrale speech van Joan Nederlof vindt je hier.
Informatie over alles wat Mugmetdegoudentand op het Theater Festival doet vindt je hier.
En als je Joan Nederlof in de gaten wil houden kan dat via de site van Mugmetdegoudentand.

